De Gouldamadine in de Australische natuur


De Gouldamadine behoort tot de familie van de Estrildidae, samen met nog 18 andere Australische vinkachtigen. De gouldamadine is polymorf, wat zoveel wil zeggen als dat er in de natuur verschillende soorten voorkomen die een onderling broedcontact met elkaar onderhouden, zonder dat er sprake van is dat de verschillende soorten verloren gaan.

Bij de Gouldamadines komen in de vrije natuur drie verschillende kopkleuren voor: de zwartkop, de roodkop en de oranjekop.
Ze vererven ten opzichte van elkaar op een bepaalde manier en er ontstaan geen tussenvormen (het kenmerk van een kruisingsproduct).
Naast het feit dat het een polymorfe soort is, zijn er ook dimorfismische kenmerken, waardoor er duidelijke verschillen te zien zijn tussen man en pop.

Ontdekking:

De Gouldamadine werd in 1833 ontdekt bij Raffles Bay door Hombron & Jacquinot. Het exemplaar dat toen werd waargenomen was een Roodkop Gouldamadine. Het was echter John Gould die de zwartkop variëteit het eerste beschreef en de Gouldamadine zijn huidige naam gaf. John Gould heeft deze prachtvink vernoemd naar zijn overleden vrouw Elizabeth, die hem tijdens zijn ontdekkingsreizen vergezelde en vele prachtige tekeningen van de door hem beschreven soorten maakte.

De eerste Gouldamadines die ontdekt werden waren allen roodkoppen en pas veel later werden op andere plaatsen de zwartkoppen ontdekt. In eerste instantie werd ervan uitgegaan dat het om verschillende ondersoorten ging. Pas jaren later kwamen vogeldeskundigen tot de conclusie dat het om mutanten van dezelfde soort ging. De Oranjekop Gouldamadine werd pas aan het eind van de achttiende eeuw beschreven.
Eind achttiende eeuw werden de eerste Gouldamadines naar Europa geëxporteerd, in 1960 werd door de Australische regering een uitvoerverbod afgekondigd. De Gouldamadine is nu een echte cultuurvogel, jammer genoeg heeft deze vogel het heden ten dage in de vrije natuur niet gemakkelijk, dit door o.a. het verdwijnen van grassoorten die voor hen van levensbelang zijn.

Naamgeving:

Aan de Gouldamadine zijn verschillende Latijnse namen gegeven. Door John Gould werd hij Amadina Gouldiae genoemd. Door Reichenbach werd hij als een afzonderlijke soort beschouwd en in 1862 ondergebracht in het geslacht Chloebia. In eerste instantie werden er voor de verschillende kopkleuren ook verschillende namen gebruikt zoals:

     • Roodkop gouldamadine, Chloebia gouldiae mirabilis
     • Zwartkop gouldamadine, Chloebia gouldiae gouldiae
     • Oranjekop gouldamadine, Chloebia gouldiae armitiana

Door vele overeenkomsten met de grasvinken werd de Gouldamadine door Jean Delacour in 1943 ingedeeld bij het geslacht Poephila.
Door chromosomenonderzoek, uitgevoerd in 1986 door L. Christidis van de Australian National University in Canberra, werd vastgesteld dat de Gouldamadines het meest verwant zijn aan de Driekleur Papegaaiamadines. Sindsdien is de officiële naam Erythrura Gouldiae.

Leefomgeving:

De Gouldamadine kwam vroeger in bijna het gehele noordelijke gedeelte, van het noorden van Queensland tot in het noorden van West Australië voor. Tegenwoordig komt de Gouldamadine hoofdzakelijk nog maar voor in Northern Territory en dan voornamelijk in het Kimberley district. Hier leven ze in grasrijke bosgebieden. De kenmerken van hun leefgebied kunnen worden omschreven als een uitgestrekt, heuvelachtig en licht bebost landschap. Ze leven ook altijd in een omgeving met de permanente aanwezigheid van water en goede nestelmogelijkheden.

 

Het klimaat:

In het noorden van Australië en dan in het bijzonder het gebied waar onze Gouldamadine leeft, heerst een tropisch klimaat. Dat wil zeggen dat er geen seizoenen bestaan zoals wij die hier kennen.

De seizoenen in het tropische en subtropische gedeelte van Australië bestaan uit een droog en een nat seizoen. De temperatuur en de luchtvochtigheid in deze gebieden zijn het hele jaar door hoog.

De tropische regenbuien vallen van november tot april. De temperaturen overdag liggen zo tussen de 35 ºC en 40 ºC en s’nachts zo tussen de 20 ºC en 25 ºC.
Ook het vochtigheidspercentage schommelt gedurende de dag en kan variëren tussen de 40% en 70%.

Leefpatroon:

In de vrije natuur wordt het leefpatroon van de Gouldamadine bepaald door het aanbod van de zaden die op dat moment beschikbaar zijn.
Het zijn niet alleen de verschillende grassoorten en de hoeveelheden hiervan die gedurende het jaar veranderen, maar ook de kwaliteit van het graszaad zelf is aan verandering onderhevig. Gedurende het verloop van het regenseizoen ontstaat er een overvloed aan rijpende grassoorten.

In het daarop volgende droge seizoen zijn de graszaden gerijpt, vallen op de grond en zijn voor de Gouldamadines moeilijk te vinden. In deze periode van voedselschaarste zullen ze ook hun broedgebieden verlaten om op andere plaatsen naar voedsel te zoeken.

Daarom starten de Gouldamadines met broeden aan het einde van het regenseizoen wanneer er graszaad in overvloed is. De rui vindt plaats gedurende een korte periode direct nadat de broedactiviteiten zijn beëindigd, maar er relatief gezien nog volop voedsel van goede kwaliteit aanwezig is.

Tentoonstelling Elst 2020

De nationale Gouldamadine tentoonstelling in Elst.

Woensdag 7 Okt.: Opening (alleen voor leden) 20:00 – 22:00 uur

Donderdag 8 Okt.:  10:00 – 21:30 uur 

Vrijdag 9 Okt.:  10:00 – 21:30

Zaterdag 10 Okt.:  10:00 – 14:30

 

Inschrijven voor deze tentoonstelling dient u eerst in te loggen als lid.

Voor meer informatie klik hier onder op meer info 

Meer info

Waarom lid worden?

Het steunen van het kweken van natuurbroed gouldamadine.

4x per jaar ontvang je het clubblad “Spectrum”

1x per jaar de Nationale tentoonstelling Elst

Exclusief toegang op de eerste openingsdag van de Nationale tentoonstelling Elst

Regio ontmoetingsdagen 

Regio tentoonstellingen

Toegang tot de ledenlijst van meer dan 700 leden

Direct lid worden